reglement Veilig Klimaat
Een school behoort een veilige plaats te zijn om te leren en te werken. Om dit mede te bewerkstelligen heeft de school een aantal gedragsregels opgesteld die gelden voor iedereen die binnen de Lubertischool werkt, leert en meehelpt.
Dit reglement kent de volgende hoofdstukken:
1. Uitgangspunten
2. Algemeen
3. Schriftelijk en beeldend materiaal binnen de school
4. Schoolse situaties
5. Lichamelijk contact
6. Zwemmen
7. Gymnastieklessen
8. Schoolreisje en schoolkamp
9. Pesten
10. Racisme en discriminatie
11. Bespreken van onacceptabel gedrag
12. Verdovende middelen
13. Klachten
14. Richtlijnen
1. Uitgangspunten:
1. Wij accepteren en respecteren elkaar
2. Wij onderschrijven het uitgangspunt dat mannen en vrouwen, jongens en meisjes gelijkwaardig zijn
3. Wij geven de ruimte aan persoonsgebonden of cultuurgebonden verschillen, mits deze niet in conflict komen met de algemene gedragsregels
4. We scheppen een klimaat waar kinderen en volwassenen zich veilig voelen.
5. Wij bevorderen een klimaat waarin voor kinderen en volwassenen de voorwaarden aanwezig zijn om een positief zelfbeeld te vormen
6. Er wordt veel aandacht besteed aan zelfredzaamheid en weerbaar gedrag
7. Op school zorgen we goed voor onze eigen materialen, die van een ander en van de school en zorgen we er samen voor dat de school er netjes en verzorgd uitziet.
8. Van iedereen binnen de school wordt verwacht dat zij zich aan de vastgestelde gedragsregels houden.
2. Algemeen:
We streven naar gelijkwaardigheid binnen de school wat inhoudt dat de volgende gedragingen niet worden getolereerd:
- Grappen met seksueel getinte, vernederende strekking naar anderen, zowel verbaal als non-verbaal
- Seksueel getinte toespelingen of insinuaties direct of indirect. Wij bedoelen hier ook
opmerkingen over of vragen naar uiterlijk en/of gedrag van een ander.
- Handtastelijkheden die door een ander als vernederend ervaren kunnen worden .
- Grof taalgebruik of schuttingtaal worden in geen enkele situatie getolereerd. Ook niet via internet.
3. Schriftelijk en beeldend materiaal binnen de school
Wij onthouden ons van beelden en schriftelijk materiaal waarin de ander wordt voorgesteld als minderwaardig of als lustobject.
4. Schoolse situatie
*Leerlingen thuis uitnodigen.
Leerlingen worden niet alleen uitgenodigd bij de leerkracht thuis. Wanneer een groep leerlingen een leerkracht bezoekt gebeurt dit alleen met (schriftelijke) instemming van de ouders / voogd of een ander onder wiens verantwoording de leerling wettelijk valt en met medeweten van de directie.
*Nablijven
Wanneer een leerling langer dan een kwartier moet nablijven, worden de ouders hiervan in kennis gesteld. Bij langere nablijfsessies wordt een collega hierover ingelicht. Belangrijk is hiermee ook rekening te houden bij de indeling van de klassendienst. Een leerkracht blijft nooit alleen op school met een kind.
*Alleen met een leerling of leerlingen in een afgesloten ruimte
Leerkrachten proberen zoveel mogelijk te voorkomen dat zij met een leerling in een afgesloten ruimte verkeren, zoals bijvoorbeeld in het magazijn. Als dit niet te voorkomen is, wordt er voor gezorgd dat de deur openstaat, zodat collega’s kunnen horen en zien wat er besproken wordt c.q. wat er gebeurt.
*Kleding
Leerkrachten maken over kleding geen opmerkingen die kwetsend of als bewust prikkelend kunnen worden uitgelegd.
*Ongevallen en ongelukjes
Indien er hulp geboden moet worden, wordt er altijd rekening gehouden met de aanwezige mogelijkheden op school en de wensen van het kind. Er zijn op school altijd verschoningen aanwezig.
5.Lichaamscontact
*Lichaamscontact algemeen.
Als de leerkracht iets uitlegt of voor moet doen mag hij of zij zich enigszins over het kind heen buigen. Bij jongere kinderen, vooral bij kleuters, komen met enige regelmaat situaties voor waarin wel enig lichamelijk contact is en de leerling en leerkracht heel dicht bij elkaar zijn. Ook bij motorische oefeningen of motorische leersituaties kan het lichamelijk contact noodzakelijk zijn. In deze situaties kan het binnen de context wenselijk zijn lichamelijk contact te hebben of heel dicht bij te staan. Hierbij geldt dat de leerling niet onnodig en niet ongewenst aangeraakt wordt.. Andere vormen van lichamelijk contact dienen te allen tijde vermeden te worden.
*Knuffelen en op schoot nemen
Kinderen worden nooit tegen hun wil op schoot genomen. In de onderbouw kan het voorkomen dat kinderen op schoot genomen worden. Dit gebeurt alleen wanneer de kinderen dit zelf aangeven. In de bovenbouw gebeurt dit niet meer.
*Vechtende kinderen
Als vechtende kinderen uit elkaar moeten worden gehaald en het lukt niet met woorden, dan worden ze met minimale aanraking door een volwassene uit elkaar gehaald.
*Controleverlies
Soms kan het voorkomen dat een kind zijn/haar zelfbeheersing verliest. Deze dient dan tegen zichzelf in bescherming te worden genomen en in bedwang te worden gehouden d.m.v.lichamelijk contact. Dit is soms ook nodig ter bescherming van medeleerlingen, van anderen en zichzelf en is om die reden toegestaan. Hier geldt dat er sprake is van strikt noodzakelijk contact.
*Kinderen aanraken, aanhalen
Een aai over de bol of een schouderklopje zijn goede pedagogische middelen. In het algemeen geldt hierbij: let erop of het kind hiervan gediend is.
*Kinderen troosten en belonen
Kinderen hebben het recht aan te geven wat ze wel en niet als prettig ervaren bij troosten en belonen. Lichamelijke aanraking kan bij troosten heel goed zijn. Merk je dat de leerling dit niet wil, dan doe je het niet. Spontane reacties blijven mogelijk, ook in de hogere groepen, waarbij de wensen van de kinderen altijd gerespecteerd moeten worden.
*Kinderen zoenen
Leerkrachten zoenen geen kinderen, noch vragen om een zoen. Bij een enkele bijzondere gelegenheid zoals bij een felicitatie of afscheid nemen van een kind uit de eigen klas ( verjaardag kind, diploma-uitreiking enz.) is het de leerkracht toegestaan een zoen te ontvangen en te geven indien het kind dat wenst en alleen in het bijzijn van de anderen. Wanneer een leerling een leerkracht spontaan wil zoenen, wat bij kleuters nog wel eens voorkomt, wordt dit toegestaan.
*Leerlingen straffen.
Er worden geen lichamelijke straffen gegeven, geen lichte tikken of knijpen in de arm.
*Lichamelijk geweld.
Lichamelijk geweld tussen personen wordt in geen enkele situatie getolereerd. Lichamelijk geweld wordt dan ook door leerkrachten en kinderen vermeden.
*Wapens
Het is niet toegestaan messen, andere wapens of iets dergelijks mee naar school te nemen of deze te dragen in en om de school.
6.Zwemmen
*Omkleden / douchen
Als de faciliteiten het toelaten kleden de jongens en meisjes vanaf groep 4 zich gescheiden om. Indien nodig kunnen kinderen worden geholpen met aan- en uitkleden. Er wordt wel rekening gehouden met de situatie en de wensen van de kinderen. Als de situatie er om vraagt verleent de leerkracht direct hulp. Bij het omkleden voor zwemmen dient er zoveel mogelijk iemand van de begeleiding aanwezig te zijn. Het houden van toezicht op het omkleden gebeurt zoveel mogelijk door iemand van dezelfde sekse. Ook bij het douchen en/of voeten wassen zijn de kinderen vanaf groep 4 gescheiden. Laten de faciliteiten dit niet toe dan dient er gedoucht te worden met zwemkleding aan. De leerkracht kondigt zijn of haar komst in de kleedkamer duidelijk aan met een van tevoren afgesproken teken, bijvoorbeeld kloppen, alvorens hij of zij een kleedkamer binnen gaat. Dit geldt ook voor de leerlingen.
*Het gebruik van de kleedruimte
Jongens en meisjes kleden zich gescheiden om. Tot en met groep 4 kunnen leerlingen, indien nodig, geholpen worden met omkleden. Het houden van toezicht op het omkleden gebeurt zoveel mogelijk door iemand van dezelfde sekse. Indien mogelijk zullen ouders worden ingeschakeld. Rekening moet worden gehouden met de aanwezige mogelijkheden op school. Leerkrachten en hulpouders verblijven in principe niet met een individueel kind in een ruimte.
*Meezwemmen
Soms komt het voor dat een leerkracht meezwemt. Dit kan voorkomen in de vorm van hulpverlening of bij de laatste zwemles van het seizoen. Leerkrachten kleden zich altijd gescheiden van de kinderen om.
*Het zwembadpersoneel
Personeel van het zwembad mag nooit alleen worden gelaten met individuele leerlingen. Ook niet in bijruimtes van het zwembad.
7.Gymnastieklessen
*Aan- en uitkleden
In de groepen 1 en 2 worden, indien nodig, kinderen geholpen met aan– en uitkleden. Vanaf groep 4 gebeurt dit niet meer, tenzij een kind er om vraagt.
*Gescheiden aan- en uitkleden
Vanaf groep 4 kleden jongens en meisjes zich gescheiden om en hebben een eigen kleedkamer. De leerkracht kleedt zich in een eigen ruimte om. Ook hierbij geldt dat de leerkracht zijn komst duidelijk aankondigt door bijvoorbeeld te kloppen. Dit geldt ook voor de leerlingen.
*Hulpverlening en uitleg tijdens de gymles
Hulpverlening en uitleg bij een bewegingsuitvoering wordt met in achtneming van het karakter van deze gedragscode gegeven. Dit geldt ook voor uitleg tijdens de gymles. Hierbij zijn aanrakingen soms nodig.
*Ongelukken in de gymzaal, douche- of kleedruimte
Lichamelijke aanrakingen zijn ter behandeling vaak noodzakelijk. Bij behandeling van een geblesseerde leerling zorgt de leerkracht ervoor dat er in principe een andere leerling of volwassene bij aanwezig is. Indien er hulp geboden moet worden, wordt er rekening gehouden met de aanwezige mogelijkheden op school en de wensen van het kind.
*Eén op één situaties in de gymzaal
Leerkrachten proberen te voorkomen dat zij alleen met een individuele leerling in een gymzaal of bijruimte van de zaal zijn.
*Betreden kleed / doucheruimte door de leerkracht
Leerkrachten blijven bij het omkleden tot en met groep 4. Bij het betreden van de kleedruimte bij de andere groepen wordt altijd even geklopt, zodat de komst is aangekondigd. Indien het nodig is uit het oogpunt van “ordehandhaving” zal de leerkracht altijd de kleedruimte betreden.
*Douchen
Bij het douchen zijn de kinderen vanaf groep 4 gescheiden. Bij het omkleden dient er zoveel mogelijk iemand van de begeleiding aanwezig te zijn. De leerkracht kondigt zijn of haar komst in de kleedkamer duidelijk aan met een van tevoren afgesproken teken, bijvoorbeeld kloppen, alvorens hij of zij een kleedkamer binnen gaat.
8.Het schoolreisje / schoolkamp
*Schoolkampen
Op schoolkampen bestaat de leiding uit mannelijke en vrouwelijke begeleiders. Tijdens een schoolkamp gelden dezelfde gedragsregels als in de normale schoolsituatie.
*Het slapen
Jongens en meisjes slapen vanaf groep 6 gescheiden.
*Het betreden van de slaapzaal
Kinderen mogen alleen op hun slaapzaal/tent komen als er in de dagplanning tijd voor is ingeruimd of in incidentele gevallen als er toestemming voor is gegeven door de leiding.
*Het slapen van de leiding
Mannelijke begeleiders slapen in de buurt van de jongens en houden toezicht op de jongenszaal/jongenstenten. Vrouwelijke begeleiders slapen in de buurt van de meisjes en houden toezicht op de meisjeszaal/meisjestenten. Soms kan het met het oog op orde noodzakelijk zijn dat de leiding slaapt in de slaapzaal/tent van de groep waarvoor zij verantwoordelijk is.
*Buitenactiviteiten
Er wordt altijd in groepen aan activiteiten gedaan. Kinderen worden niet alleen naar een bepaalde plaats (bos, strand etc.) gestuurd, ook niet vergezeld door een enkel lid van de leiding.
*Alleen zijn met een leerling
In het algemeen geldt ook voor schoolreisjes/-kampen dat een “één op één” situatie zoveel mogelijk wordt voorkomen. Verder gelden alle regels die toepasbaar zijn op hiervoor genoemde onderdelen van deze gedragscode.
9.Pesten
1. Wij willen bij de aanpak van pesten op school uitgaan van:
a. hulp aan het gepeste kind.
b. hulp aan de pester.
c. hulp aan de zwijgende middengroep.
d. hulp aan de leerkracht.
e. hulp aan de ouders.
2. De voorwaarden die nodig zijn om hieraan gestalte te geven komen in diverse situaties onder de aandacht zoals in het programma van de sociaal-emotionele ontwikkeling. We schenken aandacht aan de preventieve aanpak middels verschillende programma’s.
Deze programma’s kunnen zijn:
a. Ouderavonden rondom een veilige school organiseren.
b. Situaties creëren voor leerlingen waarin zij allerlei ervaringen opdoen rond dit thema met als doel weerbaarder te worden en een veilig klimaat te scheppen voor iedereen.
c. Voor de lessen beginnen en eindigen begroet de leerkracht de leerlingen.
Tijdens de pauzes is er voldoende toezicht aanwezig.
d. Niemand aanspreken met bijnamen die als kwetsend kunnen worden ervaren.
e. Adequaat reageren op pesten door tijdige signalering en het bespreken hiervan. Dit alles gebeurt op een constructieve manier met wederzijds respect.
f. Als de situatie het verlangt ouders van één of meerdere partijen erbij te betrekken, gebeurt dit in overleg met de directie.
10.Racisme en discriminatie
Wij leven in een multiculturele samenleving. Dit houdt in dat verschillende groepen in onze samenleving hun eigen cultuur hebben. Ook onze schoolbevolking is multicultureel. Dit vraagt aandacht voor een goed pedagogisch klimaat voor alle leerlingen, waarbij respect voor elkaar een voorwaarde is. Dit komt in het volgende tot uiting:
-De leerkrachten, leerlingen en ouders behandelen elkaar gelijkwaardig en met respect.
-Wij discrimineren niet en gebruiken geen discriminerende en/of racistische taal zowel mondeling als schriftelijk.
-Wij houden ons aan de gedragscode als hierboven omschreven en die relevant is voor dit onderwerp.
11.Bespreken van onacceptabel gedrag
*Onacceptabel gedrag van leerlingen
Kinderen die gedrag vertonen wat als onacceptabel wordt ervaren, worden hierop aangesproken door de leerkracht. Met onacceptabel gedrag wordt bedoeld: agressie, discriminerende uitlatingen zowel verbaal als schriftelijk. Dit kan in klassenverband of individueel.
*Onacceptabel gedrag van leerkrachten / volwassenen
Een leerkracht wordt op onacceptabel gedrag individueel aangesproken door één of meerdere collega’s of iemand van de directie. De schoolcommissie wordt hiervan op de hoogte gesteld. Een ouder wordt op onacceptabel gedrag aangesproken door een van de leerkrachten of de directie. De schoolcommissie wordt hiervan op de hoogte gesteld.
12. Verdovende middelen
Het is verboden verdovende middelen, tabaksartikelen en alcoholhoudende dranken mee naar school of op het schoolplein te nemen c.q te gebruiken.
13. Klachten
Als een ouder/verzorger een klacht heeft dan moet men proberen deze eerst met de leerkracht en directie op te lossen. Mocht dit niet tot een bevredigende oplossing leiden dan heeft men de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de contactpersoon of bij de externe vertrouwenspersoon. De externe vertrouwenspersoon is aangesteld door het bevoegd gezag. Vervolgens gaat de procedure van de klachtencommissie in werking.
14.Richtlijnen
Bij zaken die niet in dit document worden genoemd beslist de directie.
Deze gedragsregels dienen als richtlijn gehanteerd te worden.



