onderwijsleergebieden

 

KRINGGESPREK

In alle groepen wordt de dag begonnen met een kringgesprek. Alle kinderen zitten daarbij ook in een kring, zodat ze elkaar kunnen zien. In groep 1/2 zal het onderwerp en uit de kinderen komen of ingebracht worden door de medewerkers in het kader van de ontluikende geletterdheid en het beredeneerde aanbod. In de andere groepen hebben we elke dag een eigen kringonderwerp:

Vertelkring – ieder kind vertelt wat hij/zij meemaakte

Gevoelskring – hierbij wordt ingegaan op de gevoelens die bepaalde situaties bij kinderen oproepen

Nieuwskring – een krantenbericht of (jeugd)journaalonderwerp is het thema.

Eigen onderwerpkring – de inbreng van één kind als onderwerp van de kring. Dit eigen onderwerp is voorbereid (spreekbeurt-idee)

En… elke vrijdag, in alle groepen de Vergaderkring. Hierbij kan al het wel en wee van een kind, van een groep, of van de school besproken worden, maar dat alles zonder namen te noemen!

Naast deze kringgesprekken kennen we ook de wereldverkennings-, lees- en instructiekringen. En in groep 1/2 de leergesprekken.

TAAL

De Nederlandse taal kent zoveel aspecten dat het onmogelijk is dit in zijn geheel aan te pakken. Taal wordt daarom onderverdeeld in delen;

1. spreken/luisteren

2. het stellen (zowel creatief als zakelijk)

3. spellen

4. grammatica

AD. 1

Het SPREKEN/LUISTEREN krijgt de meeste aandacht tijdens de kringgesprekken en instructies.

Ad 2.

Het STELLEN groeit vanuit “het vertellen bij de tekeningen en het erbij schrijven van woorden” in groep 1/2 via korte verhaaltjes naar lange dialogen, brieven en verslagen in de groepen 3 tot en met 8.  Het taalgebruik wordt gestimuleerd en “verbreed” , d.m.v. de methoden Taaljournaal en Spelling in beeld.

Ad 3. Het SPELLEN is een onderdeel dat alle aandacht krijgt vanaf groep 4. Met behulp van de methoden: Zin in spelling, Spelling in de lift en Taaljournaal en met behulp van de computer, worden de spellingregels aan de kinderen aangeboden en geoefend. De werkwoorden krijgen vanaf de tweede helft van groep 5 de aandacht. In groep 6 tot en met 8 kan dat zelfs dagelijks gebeuren d.m.v. o.a. computerprogramma’s.

Ad 4. De GRAMMATICA wordt in onze school onderwezen aan de hand van de volgende hoofdpunten: hele werkwoord, voltooid deelwoord, tegenwoordige tijd, verleden tijd, enkelvoud en meervoud. Verder: persoonsvorm, onderwerp, gezegde, zelfstandig naamwoord, lidwoord, voorzetsel. Ook wordt er aandacht besteed aan zinsdelen die bij elkaar horen (zinnen knippen). Voor die kinderen die meer aan kunnen, komen ook de begrippen lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp en rest van het werkwoordelijk gezegde aan de orde. Deze lijst is in overleg met alle Texelse scholen samengesteld. Aan de hand van de “kerndoelen”, zoals die zijn vastgesteld door het ministerie, is het hele leergebieden-pakket in de loop van de tijd doorgelicht.

SCHRIJVEN

Het schrijven wordt aangeleerd met de methode “Handschrift”, zowel voor rechts- als linkshandigen. Deze methode wordt voorafgegaan door het oefenen van lettervormen aan de hand van “schrijfpatronen”. Deze schrijfpatronen gaan van (zeer) groot naar klein. Voor kinderen die moeite hebben met het schrijven wordt extra hulp ingeroepen. Elke week heeft een van de medewerkers een ochtend om met deze kinderen oefeningen in de fijne motoriek te doen. Deze oefeningen zijn er voor zowel de kinderen uit groep 3, 4, 5/6, 6/7 als 7/8.

LEZEN

Door de nieuwe inzichten is de school in het jaar 2005/2006 begonnen met het project “Vernieuwen van het niveaulezen” waarbij het technisch leren lezen op een totaal andere manier wordt aangepakt.

Elke dag lezen de kinderen individueel gedurende 15 minuten uit “goede en mooie” leesboeken, op hun niveau. Deze leestijd wordt afgesloten met een “boekpromotie”. Twee keer per jaar worden de kinderen getoetst d.m.v. een DMT (drie minuten test). Ook kan dit plaatsvinden met een AVI – leestest. De bedoeling is te weten te komen of de kinderen TECHNISCH nog steeds in het goede leesniveau lezen. De DMT moet aangeven dat de kinderen technisch beter zijn gaan lezen, waarbij het technisch leesdoel is: niveau 3 in eind groep 3, niveau 6 eind groep 4 en niveau 9 eind groep 5. Naast dit nieuwe niveaulezen kennen we ook “lezen’op een andere manier (begrijpend of studerend lezen, bijv.). Kinderen die extra begeleding nodig hebben komen in het VOLL lezen (voorspellend leren lezen) terecht. Hier wordt het zelf lezen van een boek voorbereid door dat boek zo te introduceren dat het helemaal klaar is om door het kind gelezen te worden. Het is dus geen “leren lezen”, dat gebeurt in de eigen groep.

REKENEN

Op school werken we met de methode “De wereld in getallen”, (euro-editie) een realistische rekenmethode. Het HANDELEND bezig zijn is van groot belang bij het rekenen. Daarom wordt er ook op andere manieren rekenproblemen aan de rode gesteld: d.m.v.

- allerlei rekenspelen (varia, loco, tafeltrainer, domino, tafelspelen, enz.)

- met de computer (optellen, aftrekken, tafels, klokkijken, e.d.)

- door zelf te meten en te wegen met allerlei (zelfgemaakte of andere) meetinstrumenten.

- door de projecttaken

Rekenaars die meer aankunnen worden ook met behulp van de methoden “Somplex” en “Plustaken” in de gelegenheid gesteld verdiepend en verbredend bezig te zijn. “Remelka” en “Rekenspoor” zijn methoden die gebruikt kunnen worden wanneer kinderen extra uitleg en tussenstapjes nodig hebben op hun rekenweg.

WERELDVERKENNING

Wereldverkenning, ook wel wereldoriëntatie of onderwijs in de zaakvakken genoemd (aardrijkskunde, geschiedenis, biologie en natuurkunde), wordt op school gegeven d.m.v. PROJECTEN en CURSUSSEN.

De PROJECTEN lopen van groep 1 t/m groep 8 en zijn zodanig gekozen dat de elementen aardrijkskunde, geschiedenis, biologie en natuurkunde aan de orde komen. Door de projectvorm worden de drie onderscheiden vakken één geheel, zoals ook de werkelijkheid één geheel is.

Naast de projecten zijn er een aantal CURSUSSEN bedoeld voor het aanleren van m.n. feiten en feitjes.

- De cursus topografie in groep 5 tot en met 8 zorgt voor het aanleren van parate kennis.

- De cursus tijdlijn dient voor het leren van geschiedkundige feiten en het onderscheid kunnen maken in verschillende tijdvakken.

Verkeer en Geestelijke stromingen (of Onderwijs in de godsdiensten) zijn aparte onderdelen in het lesrooster. Zij worden ook gezien als onderdeel van de wereldverkenning.

ENGELS

In de twee hoogste groepen (7 en 8) krijgen de kinderen Engels.

Per week besteden we hier ongeveer 45 min. aan. De methode die we gebruiken, -Let’s do it,- benadrukt het communicatieve aspect, m.a.w. het zwaartepunt ligt bij het gesproken woord.

Het doel van het Engels op de basisschool is het kunnen vertellen hoe je heet, je leeftijd, naam, adres, hobby’s, enz. wat na verloop van enige tijd uitgroeit tot het kunnen voeren van een eenvoudig gesprek.

Als ondersteunend materiaal gebruiken we cassettes, leesboekjes en videobanden.

MUZIEK

Het schooljaar is t.a.v. muziek verdeeld in 4 blokken:

1. het maken van muziek,

2. muziek beluisteren,

3. muziek kunnen noteren/lezen,

4. muziek en bewegen.

Het zingen is een activiteit die het hele jaar door wordt beoefend.

GEESTELIJKE STROMINGEN

Dit komt aan de orde in de groepen 5 tot en met 8.

In groep 5 en 6 staat het Christendom centraal in de leergesprekken. Ook de verhalen uit het Oude Testament horen daarbij. Er wordt in deze groepen getracht vanuit de kennis en de beleving van de kinderen te werken. Gedacht kan worden aan:

- ontmoetingen met gelovenden

- Bijbelverhalen

- geloofsrichtingen binnen het Christendom

- kerkbezoek (als visite).

In groep 7/8 worden de grote wereldreligies behandeld.

Naast het Christendom en Jodendom zijn dat het Hindoeïsme, het Boeddhisme, de Islam en het Bahá’í-geloof.

De kernpunten hiervan zijn: –het ontstaan , –de stichters, –feesten en gedenkdagen en —de verbreiding van de religie over de aarde.

Elke week komen gedurende 30 min. de religies aan de orde, en dat gedurende 5 á 6 weken. Zodoende krijgt een kind meerdere keren tijdens de basisschooltijd te maken met datgene wat zoveel mensen in de wereld bezig houdt en leidt.

EXPRESSIE

De kinderen van de groepen 5 tot en met 8 zijn twee keer per week (woensdag van 11.30 tot 12.15 uur en vrijdagmiddag van 14.15 tot 15.00 uur) bezig met allerlei technieken op het gebied van handvaardigheid en expressie.

De technieken zijn verdeeld over 5 groepen:

Het ene jaar

1. stofversieren (schilderen met textiel)

2. druktechnieken

3. sieraden maken (metaal)

4. klei en papier maché

5. technisch hout

Het andere jaar

1. batiken /macramé

2. tekenen

3. haken/breien/borduren

4. techniek

5. creatief hout (beeldhouwen)

De medewerkers van de bovenbouw helpen hierbij, samen met vaste ouderhulpen.

De groepen 1 tot en met  4 doen expressie in de eigen groep. Dit gebeurt in kleine groepjes, met een keuze uit verschillende technieken die tegelijkertijd gegeven worden. Hierbij wordt o.a. aandacht besteed aan verven, tekenen, boetseren, werken met kosteloos materiaal, knippen en plakken.

ICT (Informatie- en Communicatie Technologie)

….anders gezegd: de computer op onze school.

De meeste kinderen uit alle groepen hebben jarenlang ervaring met de computer:

Vanaf groep 1/2 worden de kinderen in staat gesteld in hun eigen tempo kennis te maken met de muis en er mee leren omgaan. Al spelend leren zij aan de computer een groot aantal dingen tegelijk. Dit gebeurt soms samen met een hulpouder, soms als keuze-activiteit.

In groepen 3 en 4 speelt de computer een rol bij het onder de knie krijgen van allerlei rekenopdrachten en om te oefenen in rekentempo en bij spelling. Er kunnen verhalen op de computer geschreven worden, ev. voorzien van een tekening. Ook wodt de computer als hulpmiddel gebruikt bij Taaljournaal en wereldverkenning.

In groep 5 en 6 kan de computer ook gebruikt worden voor het schrijven en illustreren van eigen verhalen, oefeningen met Taaljournaal; voor het inoefenen van topografie; rekenspelletjes die het tempo-rekenen inoefenen; werken met het alfabet. In de groep wordt de computer door een enkel kind ook gebruikt zoals een ander zijn/haar schrift gebruikt, bijv. bij een gebroken arm of pols.

In groep 7/8 kan daarnaast ook met de computer geoefend bij werkwoordspelling, studerend lezen, engels, spelling. Ook krijgen kinderen die veel moeite hebben met talig werk de kans om op de computer een deel van dit werk te doen. Het werken met Internet vindt frequent plaats (wereldverkenning). Ter bescherming van de kinderen zijn de computers op school beveiligd tegen onverwachte sexuele en geweldsites die ev. onder schuilnamen opduiken.

Langzamerhand wordt het voor een steeds groter aantal kinderen mogelijk om hun eigen project in de vorm van een website te maken.

Luberti-Theater

Wekelijks (op donderdagmiddag om 13.15 uur) wordt er door één van de groepen een ”Luberti-Theater” verzorgd voor de hele school. De kinderen leren spelenderwijs in het openbaar op te treden en hun zegje te doen. De ouders mogen  komen kijken. Na het Luberti-Theater gaan de leerlingen weer terug naar de klas en de ouders naar huis. De inhoud van deze voorstelling kan variëren van eigen toneelstukjes tot playback, schimmenspel, poppenkastvoorstellingen, het zingen van liedjes of het voordragen van (eigen) gedichten. Eens in de 6 á 7 weken is een groep aan de beurt. Niet alleen de kinderen zitten in dit ritme, ook de medewerkers spelen hun optreden als zij aan de beurt zijn.

© 2011 Suffusion theme by Sayontan Sinha